[artikel] Het ongedachte weten

Dit artikel gaat over de impliciete kennis die wij allemaal bezitten. En waarom het zo belangrijk kan zijn om iets wat je voelt of in je lichaam ervaart, serieus te nemen.

Onder de twaalf maanden leren we al veel over wie we in relatie tot anderen zijn en hoe gedrag voor ons uitpakt. De cruciale ervaringen die we dan opdoen, beïnvloeden ons diepgaand en tot in de volwassenheid. Maar we hebben er nog geen woorden voor. Een belangrijk deel van onze vorming vindt dan ook plaats vóór de taalverwerving. Dit brengt op latere leeftijd mee dat we (impliciete) kennis hebben over de omgang met onszelf en de anderen die we wel toepassen, maar waar ons talige zelf zich niet van bewust is. We kunnen het niet goed uitleggen.

 

Weet ik hoe ik fiets?

Vergelijken het met fietsen. We weten dat we het kunnen en we doen het, maar hoe precies? Met enkel de uitleg ‘trap telkens de hoogste trapper naar beneden totdat een draaiende beweging ontstaat’ kan een niet-fietser nog niet fietsen! We doen namelijk nog iets extra’s, maar deze kennis is in ons op een niet-talige manier opgeslagen. En dat is ook zo bij allerlei interne werkmodellen die we dagelijks gebruiken als we met onszelf en de ander te maken hebben.

 

Het ongedachte weten

Sigmund Freud (1856 – 1939)

Voor die impliciete kennis van omgang met onszelf en anderen, stammend uit onze vroegste kindertijd, kwam ik een mooie term tegen: het ongedachte weten. Dat is het weten dat tot stand kwam op grond van vroege en cruciale ervaringen waar we geen verbale toegang toe hebben omdat ze destijds nog niet in taal versleuteld konden worden. Een belangrijke kern van onszelf is daarmee nonverbaal en onbewust. Of, zoals psychiater Freud het eens zei: “Eigenlijk heb ik het altijd al geweten, maar ik heb er nooit aan gedacht.” Wat ik trouwens ook wel een uitspraak voor Pippi Langkous vind.

Toegang tot onbewuste kennis

Dat deze vroege kennis non-verbaal en onbewust is, betekent niet dat we er geen toegang meer toe hebben. Die kennis kan zich namelijk uiten via ons gedrag en onze lichaamstaal, in relatie tot ons zelf en tot anderen. Onderzoek heeft een samenhang laten zien tussen de nonverbale gedragingen in onze eerste levensjaren en nonverbale gedragingen die je kunt zien tijdens interacties bij volwassenen.

Bij die nonverbale gedragingen moet je denken aan:

  • gezichtsuitdrukking
  • intonatie
  • houding en gebaar
  • het ritme van spreken

en andere hints, die tesamen de communicatie tussen het ene en het andere lichaam verzorgen.

Op de vroege kinderleeftijd kun je deze communicatie zien als een conversatie tussen het lichamelijk-emotionele zelf van de baby en dat van de opvoeder. Omdat het emotionele deel van ons brein het ‘limbisch systeem’ wordt genoemd, zou je het ook een conversatie, of zelfs een dans, tussen twee limbische systemen kunnen noemen. Vanuit de baby gezien gaat de conversatie over zijn innerlijke toestanden: zijn emoties en intenties. De conversatie ontvouwt zich via de lichamelijke expressie van die innerlijke toestanden en de baby leert zo dingen over zichzelf en anderen. Bijvoorbeeld:

  • wat zijn zijn eigen emoties en intenties?
  • zullen anderen die herkennen en erop afstemmen?
  • is het lonend om te proberen zijn eigen innerlijke toestand te beïnvloeden?

Intermezzo: baby en vader geobserveerd

Dit soort interacties zijn door onderzoekers zorgvuldig geobserveerd. Een voorbeeld (interactie tussen een vader en 8 dagen oude baby):

uit: David J. Wallin – Gehechtheid in psychotherapie

 

In dit fragment zie je (in de woorden van psychotherapeut Wallin aan wie ik de meeste informatie in dit blog ontleen) ‘een delicate relationele choreografie’. Er is nonverbale communicatie vanuit de baby die behoefte heeft aan troost en slaap. Bij de vader leidt dat tot een onbewuste maar adequate afstemming op de toestand van de baby. Bij de baby, denken wetenschappers, worden dit soort minuscule interacties opgeslagen als impliciete kennis over zichzelf in relatie tot anderen.


Vroege kennis is van blijvende invloed

Het bijzondere is nu dat deze vroege, impliciete kennis van blijvende invloed is. We kunnen het niet zeggen, met woorden kunnen we er niet bij, maar we ‘spelen het uit’ in ons gedrag (ook wel genoemd: ‘enactments’) in relatie tot anderen en onszelf.

Een voorbeeld: wie in zijn vroege kindertijd ontdekt dat het zoeken van troost bij een ander succesvol is, leert waarschijnlijk dat je je voor verlichting van psychische nood het beste tot een ander kunt wenden. Wie bij het zoeken van troost werd afgewezen, zal hoogstwaarschijnlijk in zijn latere leven zijn psychisch nood voor zichzelf houden. Deze vroege lessen en ervaringen zijn niet verbaal opgeslagen, maar zijn later wel in gedrag terug te vinden.

‘Uitspelen in gedrag’ bij een ander herkennen; “Ik voel dat er wat is!”

Bijzonder is ook dat wij het ‘uitspelen’ (in gedrag vertalen) van een vroege ervaring door een andere volwassene onbewust in ons zelf kunnen herkennen. We reageren soms met onze eigen psychische toestand en ons eigen lichaam op dat wat waar de ander geen woorden voor heeft. De ander belichaamt iets en wij, met ons eigen systeem, pikken dat op: we worden er door de ander toegebracht om het ook te belichamen.

Zo zouden we bijvoorbeeld, aanvankelijk onbewust, met een slaperig gevoel kunnen reageren op het feit dat de ander, uit boosheid of angst, ‘emotioneel is vertrokken’. Als volwassene kun je dan op enig moment zeggen: ‘Ik voel dat er wat is!’. Daarmee benoem je je impliciete kennis vanuit je eigen ‘ongedachte weten’. En als de ander voor een dergelijke uitwisseling openstaat, kun je het wederzijdse gevoel nader verkennen. Soms leidt dat ertoe dat alsnog woorden (en misschien meer inzicht) worden gevonden in wat aanvankelijk impliciet was maar in ons gedrag en via het lichaam naar het oppervlak kwam. Iets bovennatuurlijks hoeft daar niet aan te pas te komen.

Conclusie: echte kennis, maar zonder woorden

Als iemand tegen je zegt: “Er is iets, ik voel het, maar je zegt het niet”, dan kan er op dat moment sprake zijn van een wederzijds ongedacht weten. Precies zoals we ons als jong kind ook een weten hebben eigengemaakt waar nog geen woorden voor waren. Dit ongedachte weten kan vitale kennis inhouden over wat er tussen mensen speelt. Alleen al daarom kan wat je ergens bij voelt en in je lichaam ervaart zo belangrijk zijn om serieus te nemen. In ieder geval als signaal dat de moeite van het benoemen en bespreken waard kan zijn. ‘Ongedacht weten’ is geen zweverig dingetje, maar echte kennis die we hebben (zoals hoe je moet fietsen); alleen hebben we er geen woorden voor.

bronnen: o.m. Gehechtheid in psychotherapie, David J. Wallin

[home]
FacebooklinkedinFacebooklinkedin